De vaste steek haken
De vaste steek is een van de meest gebruikte haaksteken in mijn patronen. Zoals de naam zegt zorgt het voor een vast en stevig werk. Dit is vooral bij amigurumi erg belangrijk, zodat je vulling niet uit je knuffeltje komt. Hieronder zal ik je uitleggen hoe je de vaste haakt. Aangezien je niet op magische wijze een proeflapje hebt, zal ik eerst uitleggen hoe je een vaste haakt in een magische ring of een ketting van lossen. Daarna zal ik uitleggen hoe je de vaste steek haakt in een andere vaste steek.
De vaste in de magische ring
Stap 1: Steek je haaknaald door het midden van je magische ring en sla je draad om je haaknaald. Tijdens het haken houdt je met je duim en middelvinger van de hand waarmee je je garen vasthoudt ook de magische ring vast, zodat je werk strak gehouden wordt.
Stap 2: Haal de draad door het midden van je magische ring. Je hebt nu 2 lussen op je haaknaald.
Stap 3: Sla de draad achterlangs om je haaknaald. Je haaknaald wijst naar jezelf toe met de draad in de haak.
Stap 4: Haal de draad die je bij stap 3 om je haaknaald geslagen hebt door de twee lussen heen en trek aan. Je hebt nu je eerste steek gehaakt
Stap 5: Herhaal deze stappen totdat je het aantal steken hebt bereikt wat er in je patroon staat. In dit voorbeeld heb ik 6 vasten gehaakt. Weet je nog niet hoe je een patroon moet lezen? Ga dan eerst terug naar de basis.
Stap 6: Trek aan het korte eind om je magische ring te sluiten. Gefeliciteerd, je hebt nu je eerste toer gehaakt!
De vaste in de ketting van losse
Nadat je de juiste lengte van lossen gehaakt hebt kunnen we beginnen naan de vasten. De eerste losse vanaf je haaknaald (1) dient als keerlosse. Dat betekent dat hij enkel gebruikt wordt om je werk te keren. Oftewel je haakte eerst van links naar rechts (toer 1). Toer 2 komt bovenop toer 1 en haak je dus van rechts naar links. Je kan alleen wisselen tussen van links naar rechts en rechts naar links haken als je je werk dus keert. Hiervoor dient de keerlosse. Probeer maar eens een vaste te haken in de eerste losse vanaf je haaknaald (1), je zal zien dat dit niet lukt!
Stap 1: We beginnen dus vanaf de 2e losse vanaf je haaknaald (pijltje met een 2 erin in afbeelding hiernaast). Steek je haaknaald door de losse. Je steekt enkel onder het bovenste beentje door, je ziet dat er maar 1 draadje over je haaknaald zit. Sla de draad bovenlangs om je haaknaald. Je haaknaald wijst naar links, of iets naar jezelf toe.
Stap 2: Trek de draad door de losse heen. Je hebt nu twee lussen op je haaknaald. Sla de draad achterlangs je haaknaald. Je haaknaald wijst weer naar links, of iets naar jezelf toe.
Stap 3: Trek de draad door beide lussen op je haaknaald heen en trek aan. Je hebt nu weer één lus op je haaknaald. Je hebt nu je eerste vaste gehaakt! Herhaal deze stappen tot je aan het eind van je toer bent. Hierna haak je weer een keerlosse.
De vaste in een vaste haaksteek
Stap 1: Kijk naar de steek waarin je de volgende vaste gaat maken. Een vaste steek bestaat uit twee ‘pootjes’, die in een ‘v’ lopen (zie rode en groene pijl). Het pootje naar je toe is de voorste lus (hier groene pijl), het pootje van je af is de achterste lus (hier rode pijl).
Stap 2: Steek je haaknaald door de volledige volgende steek. Je haaknaald zit dus door beide lussen/pootjes.
Stap 3: Sla je draad voorlangs om je haaknaald. Je haaknaald wijst naar links, of iets naar jezelf toe.
Stap 4: Trek de draad door de steek heen. Je hebt nu twee lussen op je haaknaald.
Stap 5: Sla de draad achterlangs om je haaknaald. Je haaknaald wijst nu naar links of een beetje richting jezelf. Je hebt nu 1 draad en 2 lussen op je haaknaald.
Stap 6: Trek de draad door beide lussen heen. Doe dit door een draaiende beweging te maken met je haaknaald, waardoor je haak naar onder wijst wanneer je de draad door de twee lussen trekt.
Stap 7: Trek de draad volledig door de twee lussen heen en trek aan. Je hebt nu nog 1 lus op je haaknaald. Gefeliciteerd, je hebt een vaste gehaakt!